Oud-leerlingen Jan Cammers en Mieke Comeyne

Enige meubelmakers in de Dijlestad

Oud-leerlingen Jan Cammers (39) en zijn vrouw Mieke Comeyne (40) studeerden bij ons af in 1999, in respectievelijk de richting Wetenschappen-Wiskunde en Economie-Wiskunde. Samen leiden ze de zetelfabriek Cammers aan de Winketkaai in Mechelen.

Bron: GVA 10-02-2021

Mechelen – In het najaar nam zetelfabriek Cammers haar Mechelse sectorgenoot Arista over. Daardoor is Cammers nu nog de enige meubelmaker in de Dijlestad. We gingen een kijkje nemen achter de schermen en belandden in een wereld van authenticiteit, vakmanschap, tientallen geuren en kleuren en vooral veel passie.

Zetelfabriek Cammers aan de Winketkaai in Mechelen wordt vandaag geleid door Jan Cammers (39) en zijn vrouw Mieke Comeyne (40). Ik ontmoet hen in hun luxueuze en moderne toonzaal. In eerste instantie laat niets vermoeden dat het bedrijf hier al sinds 1934 gevestigd is. Maar dat verandert snel zodra Jan Cammers ons meeneemt op een tocht langs de verschillende afdelingen van de zetelfabriek.

Circulaire economie

Bij Cammers worden de zetels volledig in huis gemaakt, van het houten karkas tot de bekleding. “Naast onze eigen collectie doen we heel veel maatwerk. Wat we ook doen is de herstoffering en restauratie van oude salons. Je merkt dat de circulaire economie echt wel ingang vindt. We hebben net nog een vraag gekregen van het Museum voor Schone kunsten uit Gent om 150 oude krukjes te vernieuwen. Ook het feit dat onze zetels volledig lokaal gemaakt worden, is iets wat steeds meer mensen aanspreekt. We kunnen nooit aan de prijzen werken die de Aziaten hanteren, maar we kunnen wel de beste zijn.”

Show me love

We komen in een magazijn terecht dat propvol staat met afgewerkte bestellingen en nieuwe opdrachten. Het valt mij op dat er zowel designzetels staan als oude antieke salons uit de tijd dat Mechelen nog het centrum van de Vlaamse meubelindustrie was. Via de loskade lopen we verder langs een opslagplaats waar grote massief beukenhouten boomplanken liggen te wachten op een nieuw leven als zetelkarkas. “De eerste stap is het op maat zagen van de planken. Dat gebeurt hier in de zagerij”, legt Jan uit. De geur van vers gezaagd hout komt ons tegemoet en onder mijn voeten kraken de houtkrullen. Op de radio klinkt de danceklassieker Show me love van Robin S. De term zaagmuziek krijgt een nieuwe dimensie. “We hebben hier een moderne CNC-machine staan die alles perfect op maat maakt. De zetel die hier nu wordt gezaagd, is volledig op maat en moet naar een klant in Texas. We werken regelmatig voor de bekende interieurdesigner Axel Vervoordt.”

De schrijnwerkerij van de karkassen is een van de enige werkjes die machinaal kunnen gebeuren. Het ineenzetten van de karkassen, het stikken van de bekleding en de stoffering dient volledig met de hand te gebeuren.

Vakmanschap

Jan neemt ons mee naar de volgende afdeling. Onder een plafond dat vol hangt met afgewerkte karkassen, timmeren mannen met gezichten vol ervaring de houten onderdelen in elkaar. De oude loods met gebogen gewelven straalt, net als de schrijnwerkers, authenticiteit uit. “Het is niet makkelijk om jonge mensen te vinden voor dit werk. Dit zijn allemaal ervaren vakmannen.”

De volgende halte is het karkassenmagazijn. Hier staan de afgewerkte, naakte karkassen opgestapeld tot ze een kleedje krijgen. Onderweg komen we nog een opmerkelijke tafel tegen. “Die komt van de Bozar in Brussel. De tafel heeft waterschade na de brand die er onlangs was. We gaan dat proberen op te lossen.”

Marrakech

Als we stoffenafdeling binnenwandelen, komen we weer in een nieuwe wereld terecht. Rekken die vol liggen met kleurrijke stoffen doen mij eventjes aan de soeks in Marrakech denken. Ook dit atelier dateert uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Hier worden de stoffen op maat gesneden voor ze naar de stiksters gaan. Even verder zitten de stiksters. Nadat de stoffen langs hun machine zijn gepasseerd zien die er al uit als een echte zetelbekleding. “Het gebouw is dan wel bijna 70 jaar oud, onze naaimachines zijn wel modern. Ze maken het onze stiksters zo comfortabel mogelijk.”

De volgende stap in het productieproces is het stofferen. Stofferen is het overtrekken van de romp van het meubel. “Het is zware arbeid. De hoezen zijn eigenlijk net iets te klein gemaakt zodat ze mooi aanspannen als ze over het karkas zitten. De mannen die dit werk doen, zijn fysiek in orde”, verzekert Jan ons. “Nadat ik een hele dag zetels gestoffeerd heb, ben ik blij dat ik ’s avonds gewoon in de zetel kan zitten”, bevestigt de stoffeerder.

Beerschot

In een volgend atelier worden de kussenvullingen van schuimrubber gemaakt. Een van de medewerkers is duidelijk een Beerschotsupporter. Aan de muur hangt een grote vlag van de Ratten. Ze werkt als een rode lap op een stier bij de collega’s die tot het Kakkerslegioen behoren. Dat belooft voor de bekerclash van morgen.

Nu is alles klaar om te worden geassembleerd. De stoffeerders leggen de laatste hand aan de zetel voor die in de toonzaal terecht komt. Aan het einde van de rondleiding komen we in die toonzaal. Jan en Mieke nemen me mee naar de tweede verdieping. Daar bevindt zich het ledermagazijn. Wanneer we er binnenkomen staar ik met open mond naar honderden gekleurde vellen leder. Ze liggen gedrapeerd over grote bokken zodat er geen plooien in zouden komen. Aan de muur hangen nog eens tientallen vellen aan een soort kapstok. Dat zijn reststukken, zo blijkt.

Terwijl we in een zetel ploffen om eventjes bij te komen van al deze indrukken, vertellen Jan en Mieke over de geschiedenis van de familiezaak.

Springlevend

“Vroeger waren er in Mechelen tientallen van dit soort bedrijven. Na de overname van Arista zijn wij nu nog de enige. Maar we zijn voor alle duidelijkheid springlevend en we zien de toekomst hoopvol tegemoet. Ikzelf ben hier al van kinds af ingerold. Mijn grootvader en mijn vader gingen er altijd vanuit dat ik in de zaak zou komen. Ik was de enige jongen in de familie. Ik heb nochtans geen opleiding als meubelmaker, ik studeerde Toegepaste economische Wetenschappen. Maar ik heb wel een tijdje meegedraaid op alle afdelingen zodat ik perfect weet wat er allemaal gebeurt. In 2003 heb ik de leiding overgenomen van mijn vader en mijn nonkel. Uiteraard zijn we er trots op dat wij als enige in Mechelen zijn blijven bestaan. Mijn vader, die nu 75 jaar is, heeft alle anderen zien verdwijnen. Zelf heb ik die grote bloei van de Mechelse meubelindustrie nooit gekend.”

513