Oud-leerling Pim Niesten

Achter de schermen van de allereerste Belgische natuurdocumentaire

Oud-leerling Pim Niesten studeerde bij ons af in 1998, in de richting Latijn-Wetenschappen. De 38-jarige Mechelaar draait al meer dan tien jaar beelden voor natuurdocumentaires en wint er nog eens prijzen mee ook. National Geographic, BBC, Discovery Channel, Animal Planet: noem een klinkende naam en Pim werkte er al voor. Hij lag al dagenlang te wachten op poema’s in de Grand Canyon, wolven in het Ethiopisch Hoogland en krabben op Christmaseiland. Vandaag wachten we samen met hem op edelherten in de Hoge Venen.

In 2022 gaat u iets zien dat u nog nooit zag: een natuurdocumentaire over België. Denk aan een reeks van National Geographic, met zebra’s in de Serengeti en jaguars in de Amazone. Maar dan met gevlekte ringslangen in Maasmechelen en lentevuurspinnen in Lommel. Wij trokken – op één van de 800 draaidagen van deze prestigieuze reeks die 5 miljoen euro kost – onze waterdichte camouflagejas aan, en gingen mee op zoek naar burlende edelherten in de Hoge Venen.

De laarzen rusten op een verfrommelde dweil aan de deur, de groen-bruine jassen en broeken hangen over een hoek van de chauffage. Buiten de chalet regent het oude wijven met klompen aan. Het houdt niet op, hier in de Hoge Venen. “Daarnet leek het droog te worden, maar nu komt er precies toch weer een regenzone aan. Die was een halfuur geleden nochtans nergens te zien.” Pim Niesten (38) zucht niet. Vloekt niet. Hij deelt het mee, gebogen over de Buienradar-app op zijn smartphone. De Mechelaar is dan ook het een en het ander gewoon.

Schoon op papier

Tv-makers in ons land dromen al lang van een eigen natuurdocumentaire. Toen zes jaar geleden de Nederlandse natuurfilm ‘De nieuwe wildernis’ uitkwam, schoten ze bij Hotel Hungaria echt in actie. Het productiehuis achter onder meer ‘Dagelijkse kost’ en ‘Goed volk’ kreeg vorig jaar groen licht van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF). Op 4 maart van dit jaar stond de allereerste van achthonderd draaidagen van de docureeks ‘Onze natuur’ op de planning. Achthonderd draaidagen zijn bijzonder veel voor een Belgische reeks, maar tegelijk ook behoorlijk weinig voor een natuurdocumentaire. “Daarom zijn onze scenario’s veel meer uitgewerkt dan die van pakweg BBC, dat het zich kan permitteren om een ploeg drie maanden op een eiland te droppen om met zeven minuten film terug te keren”, zegt eindredacteur Joost Tack (38). “Binnen de verhaallijn over een jong everzwijn hadden we een scène voorzien waarin een oude keiler (mannetjeseverzwijn, red.) het jong leert om larven op te graven. Heel schoon op papier, maar in de realiteit bleek het een utopie om dat te filmen. We passen dus constant onze scenario’s aan.”

Voor die scenario’s en verdere hulp doet het productiehuis een beroep op medewerkers van Natuurpunt, biologen van het Agentschap Natuur en Bos (ANB), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), WWF en de verschillende boswachters ter plekke. Maar op het einde van de rit rust alle druk op de schouders van de cameramannen. Het meeste camerawerk is voor Nederlander Dick Harrewijn en de eerder genoemde Pim Niesten.

“Ik denk niet dat ze op voorhand hadden gedacht iemand als ik te kunnen vinden”, lacht Pim. “Ik wilde al lang een Belgische documentaire maken en bovendien kwam dit voor mijn gezin ook goed uit. Mijn vrouw houdt me niet tegen in wat ik graag doe – da’s het mooie – maar ze staat er de helft van het jaar wel alleen voor met onze twee dochters, omdat ik in het buitenland zit. Maar het camerawerk zelf, daar zit geen verschil in. Of ik nu een olifant in Afrika moet filmen of een hert in de Hoge Venen: da’s dezelfde benadering. De voldoening om hier te filmen is soms zelfs groter. Het is veel bijzonderder om helemaal alleen in de Ardennen een bever in beeld te kunnen brengen dan ergens in Afrika een leeuw te filmen, terwijl er nog verschillende jeeps in de buurt zijn.”

Thermisch ondergoed

Intussen hebben we onze sweater en jeans ingeruild voor thermisch ondergoed en waterbestendige camouflagekledij. De regen valt met bakken uit de lucht, waardoor de kans klein is dat we veel edelherten zullen zien. Die houden zich liever droog in het bos. Toch is het binnen de vijf minuten al prijs: aan de bosrand, spijtig genoeg zo’n honderd meter verder, zien we een edelhert en enkele hindes. Ze grazen, lopen wat achter elkaar aan. Pim tuurt door zijn verrekijker maar haalt zijn camera niet boven. “Daarvoor zijn we hier niet.” Pim wil de bronst vastleggen, waarbij de mannen proberen om vrouwtjes te veroveren. “Dan beginnen de herten naast elkaar te lopen, heen en weer, zonder elkaar aan te kijken. Intussen burlen ze – alleen al dat geluid is machtig. Het is een soort van voorspel om elkaar te kunnen meten: wie is het grootst, het sterkst, het stoerst? Intussen plassen ze zichzelf onder om indruk te kunnen maken met de geur. Als geen van de twee afdruipt, begint er een gevecht en kletteren ze met hun geweien tegen elkaar. De kracht die daarachter zit is indrukwekkend.”

Maar veel spektakel heeft Pim de voorbije weken nog niet kunnen filmen. De bronst komt maar niet op gang, onder meer door het weer. Op een andere locatie in de Ardennen stond hij ook een week paraat, maar de wind gooide roet in het eten. “Ik kon me nergens verschuilen zonder dat de herten me zouden ruiken. Het zijn heel sluwe dieren. Een paar keer ben ik ernaartoe kunnen sluipen, maar da’s geen ideale strategie omdat je niet weet waar je precies terecht zal komen en of je zicht daar voldoet.”

Plat in bed

Het liefst bepaalt Pim zelf de locatie en verstopt hij zich daar met zijn camera, uren- of dagenlang geduldig wachtend tot de dieren zich laten zien. Een afstand van twintig à dertig meter is ideaal. “Op geen enkel moment verlies ik mijn focus. Ik wil mezelf niet kunnen verwijten dat ik iets gemist heb doordat ik aan het slapen was. Dat impliceert dan weer dat ik soms over mijn grenzen ga, omdat ik vergeet te eten of te drinken. In de Grand Canyon heb ik eens tien dagen in een schuiltentje geleefd. Daar leven behalve dikhoornschapen ook poema’s. Zelfs de poema-onderzoeker van de Grand Canyon had nog nooit een poema in het wild gezien. En toch moest ik voor een docu proberen om de aanval van een poema op een dikhoornschaap te filmen. Ik heb me geïnstalleerd bij een karkas waar gieren zaten te eten. In mijn schuiltent kon ik hoogstens even in foetushouding liggen. ‘s Nachts kroop ik ongezien naar mijn slaaptent. Tien dagen heb ik dat volgehouden, zonder één schaap of poema te zien. In al die tijd ben ik maar één keer uit mijn tent gegaan om een stukje te stappen. Achteraf heb ik wel drie weken plat in bed moeten liggen met een zere rug.” Hij vertelt het met een gelukzalige glimlach. “Ik zou nooit iets anders willen doen. Ik hou er enorm van om ergens helemaal alleen in de wildernis te zijn. Ik heb als allereerste ooit opnames kunnen maken van een leeuw in een jungle. Net voor mij had een ploeg in opdracht van de BBC dat een maand geprobeerd, in Ethiopië. Zonder succes. Na vier dagen wachten kon ik ze filmen. Het gevoel op dat moment, tja, dat is onbeschrijflijk.”

Nachtmerries

“Helemaal zonder gevaar is mijn job natuurlijk niet. In Zimbabwe ben ik eens aangevallen door een olifant, maar het meeste schrik had ik twee jaar geleden op Christmaseiland. Daar ging ik snorkelen – zelfs niet voor de documentaire – in de hoop walvishaaien, de grootste vissen ter wereld, te zien. Die komen daar dicht bij de kust en zijn totaal ongevaarlijk. De oceaan was biljartvlak toen ik erin ging, maar ineens kwamen er enorme golven en stroming. Ik moést daar weg, maar de stroming trok mij steeds verder weg van het land. De dagen voordien had iedereen op het eiland me verteld dat ze allemaal wel iemand kenden die ooit verdwenen was in de oceaan, net omdat de stroming er zo verraderlijk kan zijn. Toen ik daar zwom, wist ik het zeker: hier kom ik nooit meer uit. Hoe stom. Ik probeerde rugslag om energie te sparen, maar het oceaanwater gutste over mij. Ik begon in paniek te raken, terwijl ik wist dat paniek het einde zou betekenen. Ik heb gezwommen voor mijn leven en uiteindelijk – vraag me niet hoelang dat geduurd heeft – kreeg ik het strand weer in het vizier. Nu schiet ik soms nog wakker uit een nachtmerrie waarin ik daar aan het verdrinken ben.”

We wandelen dieper de Venen in. Pim met een grote rugzak waarin zijn camera past. Assistent Yannis Van den Ecker (26) met een loodzwaar statief op de schouder. Af en toe blijft Pim staan, houdt hij zijn adem in en drukt hij de verrekijker tegen zijn oogkassen. Zonder succes. Of toch. “Daar! Een snip!” Een vogel, dus. Herten zijn er niet te zien. Even mindert het regenen, maar dan komt er dichte mist opzetten. De bosrand is zelfs niet meer zichtbaar. De situatie wordt er alleen maar moeilijker op. “Maar stel je voor dat er nu toch een hert uit de mist zou opduiken: dat zou een onwaarschijnlijk goed beeld zijn.” Pim installeert zijn camera en speurt de horizon af, afwisselend met zijn camera en verrekijker. Intussen luisteren we aandachtig. “Was dat geburl? Of toch een Vespa in de verte?” Burlen is het geroep van de edelherten, dat nog het meeste weg heeft van het geloei van een koe. Maar het klinkt zwaarder, duurt langer en is melodieuzer. Pim richt het vizier op de plek waar het geburl vandaan lijkt te komen. De uren gaan voorbij, zonder iets te zien. Wanneer een torenvalk zich vlakbij hoog in een boom nestelt, duwt Pim toch op REC. “Om aan al onze afleveringen te geraken moeten we per dag twintig seconden bruikbare beelden schieten. Voilà: twintig seconden torenvalk.” Hij lacht. En blijft geduldig wachten, hoewel het donker wordt. “Zie ons hier staan schilderen.” Assistent Yannis pikt in: “Goed voor een schilderprogramma.”

Poppenkast

Alle beelden worden naar het productiehuis verstuurd, waar regisseur Serge Leurs (56) iedere week in de montagecel kruipt. Over het precieze aantal afleveringen wordt nog met Canvas gepraat, maar wellicht worden het er acht van telkens 40 tot 45 minuten. Eén making-of en zeven afleveringen waarin telkens een andere biotoop getoond wordt, waaronder bossen. “Mijn bedoeling is om schoonheid en verwondering te brengen, met topbeelden die afkomstig zijn van de beste camera’s en de beste lenzen”, vertelt Leurs. De kwaliteit van compacte wildcamera’s die je in bomen kan hangen, volstaat niet. Net daarom moeten cameramannen uren gaan stilliggen, hun Sony Venice en 50-1.000mm lens met verdubbelaar in de aanslag.

“Ook de muziek moet van het beste zijn: Dirk Brossé gaat die componeren, in samenwerking met rockmuzikanten, genre Mauro Pawlowski. Over onze voice-over hebben we eveneens goed nagedacht, maar wie dat is, verklappen we nog niet. Sowieso kan het een andere stem worden voor een kinderversie op Ketnet en nog eens iemand anders voor het buitenland. Dit is een internationale reeks. En bovendien komt er ook nog een speelfilm, waarin we de strafste en mooiste verhalen willen bundelen.”

Hoe mooi de in mist gehulde Hoge Venen bij invallende duisternis ook zijn, herten gaan we niet meer te zien krijgen. We pakken ons boeltje en zetten koers richting de auto. Tot Pim halt houdt, tweehonderd meter van de weg. Ons urenlang geduld wordt in de slotminuten alsnog beloond: rechts zien we een majestueus gewei, zo’n dertig meter verderop. Het edelhert kijkt ons recht aan. Zo snel en stil mogelijk pakken Pim en Yannis hun materiaal weer uit. Een dikke minuut later zijn ze filmensklaar. Het edelhert bevindt zich net achter een glooiing, waardoor de camera niet het hele dier kan registreren. Het is ook best donker. Maar na tien minuten bergt Pim toch enigszins tevreden zijn camera op. “Het leek wel een poppenkast, met het gewei dat net boven het veen uitstak. Met wat geluk heeft deze dag toch enkele seconden tv opgeleverd.”

“Nog meer zorg dragen voor al die schoonheid”

‘Onze natuur’ is naast een tv-reeks en film ook een online platform. Op de website onzenatuur.be en op sociale media zijn de eerste prachtige beelden uit de reeks te zien, net als achter-de-schermenfilmpjes. Daarnaast zijn er ook tuintips, een soortenbank en besprekingen van apps. Eindredacteur Joost Tack: “Samen met het Agentschap Natuur en Bos (ANB) en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) zijn we ook bezig aan een plan om gewone Vlamingen mee te laten helpen aan hun onderzoek. Zo heeft het INBO heel veel camera’s in de natuur hangen, maar krijgen ze die beelden niet allemaal bekeken. We willen dus verder gaan dan de reeks en film alleen, en een grote community oprichten van mensen die begaan zijn met de natuur en die actief willen beschermen. We willen kijkers niet alleen laten zien hoe fantastisch mooi België is, maar hen er ook toe aanzetten om zorg te dragen voor al die schoonheid.”

Bekijk videobeelden over hoe Pim tewerk gaat, op: https://www.onzenatuur.be/categorie/video/pim-vlogt/ 

 

Bron: Het Laatste Nieuws, 19/10/2019

186